|
|
U bent hier: Home - Starter - Sociaal statuut
Sociaal statuut
Inleiding
Verschil hoofdberoep en bijberoep
Sociale bijdragen
Formaliteiten
Rechten uit sociaal statuut
Vrij Aanvullend Pension (VAP)
Vennootschapsbijdrage
Inleiding
Iedere persoon die een beroepsbezigheid uitoefent in België, waarvoor hij niet door een arbeidsovereenkomst (arbeiders/bedienden) of een statuut (ambtenaren) is verbonden en die hem inkomsten kan opleveren, is een zelfstandige.
Iedere zelfstandige is wettelijk verplicht zich aan te sluiten bij een erkend sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen voor het beheer van zijn sociaal statuut en dit binnen de 90 dagen na aanvang van de zelfstandige activiteit.
Door deze bijdragen te betalen kan u rechten openen in 4 takken van de sociale zekerheid:
- Het recht op gezinsbijslag
- Het recht op ziekte- en invaliditeitsvergoedingen
- Het recht op pensioen
- Het recht op sociale verzekering in geval van faillissement
Alle personen (mannen en vrouwen) die helper zijn van hun echtgeno(o)t(e)-zelfstandige (of met samenlevingscontract verbonden), de zogenaamde meewerkende echtgeno(o)t(e) moeten zich sinds 1 januari 2003 verzekeren met het zelfstandig 'ministatuut' (rechten: arbeidsongeschiktheidsuitkering + zwangerschapsvergoeding).
Wat voorheen een keuzemogelijkheid was, is vanaf 01/07/2005 verplicht voor alle meewerkende echtgenoten die geboren zijn in 1956 of later, namelijk het 'maxistatuut' (volwaardig sociaal statuut). Te noteren valt dat een echtgeno(o)te van een bedrijfsleider niet wordt beschouwd als meewerkende echtgeno(o)t(e).
Ook een zelfstandig helper is onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen en moet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.
Een helper is ieder persoon die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden.
Elk mandaat (zaakvoerder, bestuurder, werkend vennoot, enz.) dat binnen een vennootschap wordt uitgeoefend, geeft aanleiding tot onderwerpingsplicht aan het sociaal statuut voor zelfstandigen met uitzondering van een stille vennoot.
Ook gepensioneerde zelfstandigen kunnen, naast het genot van hun rustpensioen/vervroegd pensioen, opteren om een verdere toegelaten gelegenheidsarbeid uit te oefenen, met beperking van beroepsinkomsten.
Verschil hoofdberoep en bijberoep
Personen die hun zelfstandige activiteit als hoofdberoep uitoefenen vormen de grootste categorie van verzekeringsplichtigen. Deze reeks wordt gevormd door personen die:
- Enkel een zelfstandige activiteit uitoefenen, zonder iedere andere beroepsactiviteit.
- Naast hun zelfstandig beroep nog een andere beroepsactiviteit uitoefenen die niet kan worden beschouwd als gewoonlijk en hoofdzakelijk. Met andere woorden een beroepsactiviteit die geen rechten opent op pensioen, uitkeringen ziekteverzekering en kinderbijslag.
- De normale pensioenleeftijd niet hebben bereikt of geen vervroegd pensioen hebben bekomen.
Het zelfstandig beroep is een bijberoep als de zelfstandige gelijktijdig, gewoonlijk en hoofdzakelijk, een andere beroepsactiviteit uitoefent.
- gelijktijdig: de andere activiteit en de zelfstandige bezigheid moeten gedurende dezelfde periode worden uitgeoefend.
- de andere activiteit wordt als gewoonlijk en hoofdzakelijk beschouwd indien:
- de zelfstandige hoofdzakelijk werknemer is in de privé-sector en daarbij minstens een halftijdse baan heeft;
- de zelfstandige vastbenoemd is in het dag- of avondonderwijs met minstens 6/10 van een volledig uurrooster;
- de zelfstandige statutair benoemd is in overheidsdienst of bij de NMBS gedurende minstens 8 maand of 200 dagen per jaar en minimum halftijdse prestatie levert.
- periodes van inactiviteit die gelijkgesteld worden met een actieve periode worden eveneens in aanmerking genomen voor het bepalen van de zelfstandige activiteit als bijberoep. Deze specifieke gevallen worden individueel onderzocht.
In tegenstelling met het voorgaande hoofdstuk, waar twee actieve beroepsbezigheden worden gecombineerd, kan een zelfstandig beroep vóór de pensioenleeftijd, ook worden uitgeoefend in combinatie met een inkomensvervangende sociale uitkering. Deze uitkering moet voortspruiten uit een eerder uitgeoefende niet-zelfstandige activiteit door de zelfstandige.
In combinatie met het ontvangen van bepaalde loonvervangende inkomsten kan het zelfstandig beroep, onder bepaalde voorwaarden, eveneens als bijberoep worden aanzien. Voor meer gedetailleerde info kunt u steeds terecht bij één van onze kantoren.
Sociale bijdragen
Als zelfstandige bent u verplicht per kwartaal sociale bijdragen te betalen, dit vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin uw activiteit als zelfstandige aanvang neemt.
Het bedrag dat u betaalt wordt berekend op basis van netto beroepsinkomen van 3 jaar voordien (refertejaar) en is bovendien afhankelijk van de wijze waarop de zelfstandige zijn activiteit wordt uitgeoefend (hoofdberoep/bijberoep/gepensioneerde). Een kwartaalbijdrage is ondeelbaar en steeds integraal te betalen. De eerste drie jaar betaalt u voorlopig het wettelijke minimum, tot na drie jaar uw beginbijdrage geregulariseerd wordt op basis van het werkelijke netto-beroepsinkomen uit die beginperiode ; om een fikse regularisatie te vermijden kan u daarom tijdens de beginperiode kiezen om vrijwillig hogere aanvangsbijdragen te betalen op basis van een bij benadering geschat netto beroepsinkomen. Vanaf 1 juli 2007 wordt een bonificatie van 3% intrest per jaar toegekend aan de zelfstandige die tijdens de beginperiode vrijwillig méér betaalt dan de wettelijke minimumbijdragen.
Iemand die wenst te starten als zelfstandige in bijberoep, kan in aanmerking komen voor een vermindering van sociale bijdragen.
Formaliteiten
De zelfstandige en de zelfstandige in bijberoep kan aansluiten bij een sociale kas door een aansluitingsformulier in te vullen en ondertekend terug te bezorgen (formulier te verkrijgen bij één van onze partners - deze formaliteiten worden eveneens door het ondernemingsloket Eunomia vervuld, samen met de inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen).
Voor de zelfstandige in bijberoep dient het formulier volledig ingevuld te worden (in het bijzonder vak V m.b.t. het zelfstandig bijberoep) en ondertekend terugbezorgd, vergezeld van een attest van de werkgever of een kopie van het betalingsstrookje (enkel voor personen die een vervangingsinkomen genieten).
Voor elk kwartaal dat de zelfstandige laattijdig aansluit wordt een wettelijke verhoging van 3 % toegepast op de verschuldigde bijdragen. Deze verhoging wordt telkens aangerekend per vervallen kwartaal.
Op het einde van elk bijdragejaar wordt een extra éénmalige verhoging toegepast van 7 %.
Men heeft er dus alle belang bij zich tijdig aan te sluiten!
Rechten uit sociaal statuut
Kinderbijslag
Het recht op gezinsbijslag op grond van de zelfstandige activiteit ontstaat wanneer er geen recht is in een andere regeling.
Als beide ouders een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitoefenen, zal het sociaal verzekeringsfonds van de vader de betaling van het kraamgeld en de kinderbijslag op zich nemen.
Van zodra één van de beide ouders een minimum halftijdse loontrekkende activiteit uitvoert, zal het kinderbijslagfonds van de werkgever bevoegd zijn voor de uitbetalingen.
Vanaf de 7de maand van de zwangerschap heeft u recht op een voorafbetaling van het kraamgeld.
De kinderbijslag wordt toegekend vanaf de maand volgend op de geboorte van het kind. De bedragen zijn afhankelijk van de rang en de leeftijd van het kind en de soort bijslag waarop u recht heeft. De barema’s kan u raadplegen op de website.
Sedert 1 januari 2006 kunnen vrouwelijke zelfstandigen die net bevallen zijn en die na hun bevallingsverlof hun zelfstandige activiteit hervatten, gebruik maken van gratis dienstencheques. Met deze cheques kunnen zij bepaalde huishoudelijke taken betalen. Er kunnen maximaal 70 dienstencheques ter waarde van 6,70 € per stuk aangevraagd worden.
Voor het jaar 2006 werd, naast de kinderbijslag, een schoolpremie ingevoerd wanneer het rechtgevend kind minimum 6 jaar en maximum 18 jaar oud is. Het betreft een forfaitair bedrag dat afhankelijk is van de leeftijd van het kind.
Voor specifieke informatie betreffende uw dossier kan u steeds terecht bij uw dossierbeheerder.
Ziekte- en invaliditeitsverzekering
Alle personen met een zelfstandig hoofdberoep die alle verschuldigde bijdragen betalen zijn verzekerd voor de gezondheidszorgen.
Niet alleen u maar ook uw echtgenoot en uw kinderen kunnen tot deze verzekering toegang krijgen.
Als zelfstandige bent u alleen verzekerd voor grote risico’s zoals:
- bepaalde ziekten bv. geestesziekten, tuberculose, kinderverlamming
- ziekenhuisopnames en belangrijke heelkundige ingrepen (operaties)
- een aantal algemene zorgen verstrekt door specialisten
- bevallingen, prestaties op het vlak van beroepsrevalidatie
Voor kleine risico’s (vb. raadplegingen dokter, aankoop geneesmiddelen,...) bent u slechts gedekt indien u vrijwillig een bijkomende verzekering hebt aangegaan en hiervoor een bijdrage betaalt aan het ziekenfonds. De bijdragen voor deze bijkomende verzekering zijn fiscaal volledig aftrekbaar als beroepskosten en variëren naargelang de leeftijd van de zelfstandige en de gezinssituatie.
Vanaf 1 januari worden de kleine risico’s voor alle zelfstandigen geïntegreerd in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging. De aanvullende bijdrage voor kleine risico’s, die nu nog steeds betaald wordt aan het ziekenfonds, wordt vanaf dan geïntegreerd in de verplichte sociale bijdragen.
De starters en bepaalde gepensioneerde zelfstandigen (met inkomensgarantie) krijgen reeds vanaf 1 juli 2006 gratis recht op terugbetaling van hun kleine risico’s. Zij moeten hiervoor geen aanvullende bijdrage betalen aan het ziekenfonds. De mutualiteit zorg er automatisch voor dat u in orde bent.
Pensioen
Het rustpensioen
Zelfstandigen hebben aanspraak op een pensioen voor de jaren waarvoor ze bijdragen als hoofdberoep hebben betaald aan hun sociaal verzekeringsfonds en/of voor de gelijkgestelde periodes.
De pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen is officieel 65 jaar, behalve voor vrouwen waarvan het rustpensioen, daadwerkelijk en voor de eerste maal, ingaat vóór het jaar 2009. De ongelijkheid uit het verleden - vrouwen konden toen reeds vanaf 60 jaar op pensioen gaan - wordt sinds 1997 geleidelijk aan weggewerkt door de pensioenleeftijd van de vrouwen systematisch te verhogen tot 65 jaar. Momenteel zitten we dus in een overgangsregeling die er op dit ogenblik als volgt uitziet: vrouwen die tussen 1 januari 2006 en december 2008 met pensioen wensen te gaan, kunnen dat doen op 64-jarige leeftijd. Vanaf 1 januari 2009 wordt deze leeftijd verhoogd tot 65 jaar.
Sinds 1 januari 2004 moet geen aanvraag meer gedaan worden voor het rustpensioen op de normale pensioenleeftijd. Het pensioen wordt automatisch berekend voor iedereen die de normale pensioenleeftijd bereikt vanaf 1 januari 2004. Alleen aanvragen voor vervroegd rustpensioen dienen ingediend te worden bij hetzij het gemeentebestuur van de officiële woonplaats, hetzij rechtstreeks bij de diensten van de RSVZ. Deze aanvraag gebeurt door u persoonlijk aan te bieden of via een gevolmachtigde vertegenwoordiger. Bent u zowel zelfstandige als werknemer geweest, dan neemt u best een overzicht mee van uw volledige loopbaan.
Het overlevingspensioen
Het overlevingspensioen is het pensioenvoordeel dat na het overlijden van de zelfstandige wordt uitgekeerd. Het overlevingspensioen wordt toegekend aan de weduwe of weduwnaar van de zelfstandige.
Sociale Verzekering in geval van faillissement
Iedere gefailleerde zelfstandige of handelaar die failliet verklaard werd, kan de sociale verzekering in geval van faillissement aanvragen aan hun sociaal verzekeringsfonds.
Sedert 1 januari 1999 kunnen ook niet-handelaars, zoals landbouwers en beoefenaars van vrije beroepen, die hun zelfstandige activiteit hebben stopgezet, van dit recht genieten.
Met deze verzekering zijn de gefailleerden die er een aanvraag voor indienen, onder andere verzekerd voor het behoud van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging tegen de grote risico’s gedurende maximaal 4 kwartalen.
Vrij Aanvullend Pension (VAP)
Elke zelfstandige weet dat zijn wettelijk pensioen laag is ten opzichte van andere pensioenstelsels. Gelukkig kan u daar iets aan doen. Door premies te storten voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) bouwt u een fiscaalvriendelijk pensioenkapitaal op aan de meest interessante voorwaarden.
De premies die u betaalt zijn volledig als beroepskost aftrekbaar. De fiscus financiert dus eigenlijk voor een groot deel uw aanvullend pensioen. De premies renderen daarenboven in een kapitalisatieformule aan gewaarborgde intrestvoet, vermeerderd met een jaarlijks winstdeelname. Deze combinatie garandeert u een ongeëvenaard rendement.
Vijf goeie redenen om aan VAPZ te doen:
- minder belastingen betalen
- minder sociale bijdragen betalen
- cumuleerbaar met pensioensparen, levensverzekering, groeps- en bedrijfsleidersverzekering
- volledige vrijheid in betalingen
- voordelig taxatiestelsel bij uitbetaling van het pensioenkapitaal
Vennootschapsbijdrage
Om het financieel evenwicht in het sociaal statuut voor zelfstandigen te bewaren en te vermijden dat de kwartaalbijdragen ten laste van de zelfstandigen zouden moeten opgetrokken worden, werd in 1992 een bijzondere bijdrage ten laste van de vennootschappen ingevoerd. Vanaf 1992 moeten de vennootschappen afzonderlijk aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en een jaarlijkse bijdrage betalen. De betaling van deze bijdrage opent evenwel geen rechten in het sociaal statuut voor zelfstandigen.
De vennootschappen zijn verplicht aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds:
- binnen de drie maanden na de oprichting, of
- binnen de 3 maanden vanaf de datum van onderwerping aan de belasting der niet-inwoners.
De vennootschap die nalaat binnen deze termijn van drie maanden aan te sluiten, wordt door het RSVZ in gebreke gesteld per aangetekende brief.
In geval de vennootschap binnen de 30 dagen na verzendingsdatum van dit aangetekend schrijven nog niet vrijwillig aansluit bij een sociaal verzekeringsfonds, wordt zij ambtshalve aangesloten bij de Nationale Hulpkas.
Voor meer informatie kan u steeds terecht bij één van onze kantoren.
|